Meer snelheid nodig in defensie innovatie: Europa geeft het goede voorbeeld
Onlangs vond op een steenworp afstand van ons kantoor in Eindhoven een bijeenkomst plaats in het kader van de World Trade Day. De Nederlandse World Trade Centres trekken daarin samen op met het Haags Centrum voor Strategische Studies (HCSS) om geopolitieke ontwikkelingen en hun invloed op de handel te bespreken. Oprichter van HCSS en geopolitiek duider Rob de Wijk sprak hier op de High Tech Campus onder meer over de moeite die Europese landen hebben om hun defensiecapaciteit op peil te brengen.
Specialisten Wouter Schilpzand en Bram Pennekamp delen hun visie op het verhaal:
Huidige processen sluiten onvoldoende aan op de nieuwe realiteit
Europese overheden werken wat betreft inkoop en innovatiestimulering nog op een manier die past bij een stabiele wereld: processen zijn gericht op efficiëntie en zorgvuldigheid. Daar is veel van te zeggen, maar niets is zo vervelend als onze belastingeuro’s die besteed worden aan iets wat uiteindelijk een mislukking blijkt. Uiteindelijk kunnen ook puissant rijke landen als Nederland een euro maar één keer uitgeven, terwijl veel verschillende bestemmingen strijden om aandacht, zoals zorg, onderwijs en AOW. Dat vertaalt zich in risicomijdende investeringen, waarbij een zorgvuldig proces soms belangrijker lijkt dan het kiezen van de beste oplossing.
Diezelfde voorzichtigheid zien we ook terug in het innovatietempo. De traditionele defensie-industrie (het beetje dat we nog hebben) werkt samen aan innovaties met bijvoorbeeld het Europees Defensie Fonds. Maar dat gaat niet vlot. Voor bijvoorbeeld een nieuwe tank of een nieuw raketsysteem start vaak eerst een studieproject van ongeveer drie jaar, gevolgd door een R&D-project van nog eens vijf jaar. Dit is prima tijdens een stabiele vredestijd, maar zorgt voor weinig resultaat in een tijd van snelle geopolitieke veranderingen.
Waarom snelheid belangrijker wordt dan zekerheid
De huidige wereld vereist dus een andere aanpak: wendbaarheid en effectiviteit boven zorgvuldigheid en efficiëntie. Versnelde innovatie en de inkoop van innovatieve producten brengen nu eenmaal onzekerheden met zich mee:
- Wie innovatieve producten inkoopt, houdt rekening met een periode van kinderziektes en andere tegenvallers;
- Wanneer u investeert in innovaties, moet u accepteren dat u investeert in een aantal mislukkingen.
De succesvolle innovaties maken dit daarentegen weer goed, waardoor de missers weer worden terugverdiend.
Mkb’ers en in het bijzonder startups en scaleups zijn bij uitstek de typen organisaties die deze risicovolle trajecten snel kunnen uitvoeren. Wie wil meebewegen met het hoge innovatietempo dat oorlogvoerende landen momenteel laten zien, zal andere politieke keuzes moeten maken. Dat vraagt om politieke moed: de bereidheid om uit te leggen dat niet elke investering succesvol zal zijn. Tegelijkertijd moet de overheid voldoende kennis opbouwen om te kunnen beoordelen welke defensie innovatie kansrijk is en welke niet. Subsidies als middel om het bedrijfsleven te mobiliseren, kunnen daar een stimulerende rol in spelen.
Het goede voorbeeld komt uit Brussel
Wijzen naar Brussel als bron van trage procedures is aantrekkelijk, maar in dit geval niet terecht. Nationale veiligheid en defensie zijn uitgezonderd van de interne markt: overheden mogen op deze terreinen hun eigen koers varen. Bovendien lijkt de Europese Commissie de draai naar een wendbare ondersteuning van defensiebedrijven makkelijker te maken dan de meeste nationale overheden. Zo omarmde de EC recent de Defence Readiness Omnibus: een pakket maatregelen om het juridische en administratieve kader in de defensiesector te vereenvoudigen. De verschuiving van zorgvuldigheid naar wendbaarheid die De Wijk bepleit, is precies wat de Omnibus probeert te verankeren. Het pakket wil obstakels wegnemen in aanbestedingen, vergunningprocedures, rapportageverplichtingen en grensoverschrijdende samenwerkingen. Daarnaast beoogt het de industrie meer planningszekerheid te bieden en de toegang tot Europese financiering te vereenvoudigen.
Europa kiest voor een nieuwe koers
Op dat laatste punt kiest Europa voor een nieuwe koers. De bereidheid om mislukkingen te accepteren, vertaalt zich op Europees niveau in een nieuw type ondersteuning: niet alleen subsidies voor zorgvuldige, meerjarige samenwerkingsprojecten, maar risicodragend kapitaal dat snel en flexibel terechtkomt bij de startups en scaleups van de opkomende ‘nieuwe defensie-industrie’. Deze spelers bepalen het innovatietempo waar de geopolitieke situatie om vraagt, en Europa richt haar instrumentarium nadrukkelijker op hen af.
Van langdurige subsidieprogramma’s naar snelle opschaling
Het eerste, en het met oog op de innovatiesnelheid meest sprekende, instrument is AGILE (Programme for Agile and Rapid Defence Innovation). Dit instrument, dat de Commissie op 25 maart 2026 voorstelde, is een pilot van € 115 miljoen en is expliciet ontworpen voor mkb’ers die werken aan disruptieve technologie zoals AI, quantum en drones. Waar bij EDF doorlooptijden van jaren gebruikelijk zijn, kiest AGILE voor het tegenovergestelde: subsidies worden binnen enkele maanden toegekend, met als doel technologieën binnen één tot drie jaar bij de krijgsmacht te krijgen.
Ook het European Defence Industry Programme (EDIP) laat deze Europese koerswijziging duidelijk zien. Dit programma stelt € 1,5 miljard aan subsidies beschikbaar voor de periode van 2025–2027. EDIP richt zich op het opschalen van de productiecapaciteit, gezamenlijke inkoop en (voor het eerst op EU-niveau) mechanismen voor voorzieningszekerheid om de toelevering van defensiematerieel in crisistijd te borgen. Een bescheiden budget, maar de kracht van EDIP ligt vooral in de ondersteuning bij het opschalen van innovaties. De overgang van een prototype naar grootschalige productie vraagt vaak om extra investering, en juist daarbij biedt EDIP ondersteuning.
Europa geeft het voorbeeld, volgen de lidstaten?
Met EDIP en AGILE laat Europa zien dat het de boodschap van De Wijk niet alleen begrijpt, maar deze ook vertaalt naar concreet beleid. Minder nadruk op het perfecte proces, en meer ruimte voor snelheid, risico en opschaling van wat werkt. Die opschaling zal na 2028 zeker plaatsvinden. De Commissie wil in het volgende meerjarig financieel kader (2028–2034) maar liefst € 131 miljard investeren in defensie en ruimte. Of nationale overheden deze vertaalslag ook gaan maken, zal de praktijk moeten uitwijzen. Dit is echter wel een belangrijke vereiste als Nederland een sterke nieuwe generatie defensie startups wil opbouwen.
Meer informatie over subsidiemogelijkheden binnen de defensiesector? Of benieuwd of uw innovatie in aanmerking komt? Neem contact op via info@hezelburcht.com of bel naar 088 495 20 00 en plan een vrijblijvende kennismaking.